samenvattingen.com

Zoeken

Voortgezet Onderwijs | Middelbaar Beroepsonderwijs | Hoger Beroepsonderwijs | Wetenschappelijk Onderwijs


Examenstof Havo 4/5, Wiskunde A1,2,

^ staat voor een macht
* staat voor keer of maal

Vaak moet je bij een tabel een grafiek tekenen. Je moet dan eerst nagaan wat voor soort grafiek het beste is. Je hebt 3 verschillende soorten:

Puntengrafiek.
Grafiek met een vloeiende lijn
Grafiek waarbij de punten verbonden worden door rechte lijnen.

Let bij het tekenen op de volgende dingen:
  • Bedenk eerst van te voren de grootheden of variabelen.
  • Beslis welke op de x en welke op de y as komt.
  • Zorg dat alle gegevens in de grafiek passen. Maak desnoods gebruik van een zaagtand
  • Beslis hoe je de punten met elkaar verbindt.
Door het verloop van een grafiek zo goed mogelijk te volgen, kun je tussenliggende waarden vinden. Dit heet ook wel interpoleren.

Als je te maken hebt met een rechte lijn, maak je gebruik van lineair interpoleren.

Je berekent dan eerst de toename per tijdseenheid.
Dit vermenigvuldig je met het aantal tijdseenheden dat je verder moet tellen.
Vervolgens tel je dit op bij de beginwaarde en je vind de gezochte waarde.

Extrapoleren doe je door de lijn door te tekenen.
In een grafiek kun je soms een bepaalde tendens ontdekken. Dit wordt ook wel een trend genoemd.
Een trend maak je zichtbaar door het tekenen van een trendlijn.
Bovendien kun je op deze manier veel gemakkelijker extrapoleren.

Om een goede indruk te krijgen van een verband, moet je een complete grafiek maken.
Hierbij horen dus ook de ligging van de snijpunten en de hoogste en laagste punten, als die er zijn.

Als je op het examen wordt gevraagd om een grafiek te plotten, dan zul je de grafiek moeten maken met behulp van je grafische rekenmachine.

Als je een grafiek moet schetsen, dan moet je het verloop van een complete grafiek in het assenstelsel tekenen. Daarbij moet je de ligging van een aantal belangrij