samenvattingen.com

Zoeken

Voortgezet Onderwijs | Middelbaar Beroepsonderwijs | Hoger Beroepsonderwijs | Wetenschappelijk Onderwijs


Duitse naamvallen,

1e onderwerp
2e bezitsvorm
3e meewerkend voorwerp
4e lijdend voorwerp

1e

  • Na: sein, bleiben, werden;
  • Onderwerp.

2e

  • Bezitsvorm: in het Nederlands moet je de zin met van kunnen vertalen.

3e

  • Meewerkend voorwerp;
  • Voorzetsels: mit, nach, bei, seit, von, zu, aus, ausser, engegen en gegenuber;
  • Tijdstip met een voorzetsel: Ich komme in einer Stunde (v)

4e

  • Lijdend voorwerp;
  • Voorzetsels: durch, fur, ohne, um, entlang, gegen, bis, en wieder.
  • Tijdstip zonder voorzetsel: Was macht ihr den ganzen Tag (m)?
M
wouterw

16 oktober 2004 @ 11:43 uur

Ik heb vroeger een uitgebreider lijst met voorvoegsels waarbij de derde naamval verplicht is uit mijn hoofd moeten leren:

mit, nach, nebst, samst, bei, seit, von, zu, zuwider,
entgegen, ausser, aus, gemaess und gegenueber
schreibt mann mit dem dativ nieder

monikam50

11 oktober 2004 @ 21:14 uur

Door een van mijn leerlingen werd ik geattendeerd op deze site. Hij maakte namelijk steeds dezelfde fout met de ein-groep. Bij de 4de naamval mannelijk moet het zijn ein-en, en niet ein zoals jullie schrijven. aub verbeteren!